BINNENWEGEN
in de NDDA, in de Refter in Ubbergen
Reis met ons mee langs onze binnenwegen.
Wegen die we kiezen, kwijtraken en opnieuw vinden.
Wegen waarop we hollen, lopen, slenteren, stilstaan, vallen en (weer opstaan) of op onze schreden terugkeren.
Paden die zich gaandeweg vormen, terwijl we onderweg zijn.
Met ieder een eigen blik op kunst bewandelden we onze eigen sporen, die zich gaandeweg tot een gezamenlijk pad verweefden
We ontdekten dat deze reis in zichzelf al een bestemming is. (mooi!)
Binnenwegen is onze gezamenlijke expositie:
een verkenning van ieders persoonlijke pad,
waar het individuele en het gezamenlijke samenkomen.
30 en 31 mei 2026
van 13.00 – 17.00 uur
foto’s Dick Doorduin
Waar de onderstroom zich ontvouwt
Laura Casas Valle
Amersfoort, 1974
info@lauracasasvalle.nl
Marea Alta (Vloed)
Installatie, papier, houtskool, mezzotint
3.00 x 3.00 m.
Tijdens een werkperiode in Spanje ervoer ik een verbondenheid met de natuur die zich moeilijk in woorden laat vangen: een stroom tussen aarde, lucht, water en vuur die door mijn lichaam trok. Het liet me voelen hoe klein we zijn, en tegelijk hoe alles met elkaar samenhangt.
Die ervaring van ruimte — fysiek, innerlijk en tijdloos — vormt het vertrekpunt van mijn tekeningen. Vanuit die impuls ontstond de behoefte om de bergketen opnieuw te tekenen, maar ditmaal op grotere schaal: een groeitekening. Een werk dat zich uitbreidt wanneer het daarom vraagt, waarin ik letterlijk meer ruimte inneem door extra vellen toe te voegen.
Tegelijkertijd vraagt het kleine werk om precisie, om verstilling, om nabijheid. Samen vormen deze twee benaderingen mijn onderzoek naar het innemen en beleven van ruimte tijdens het maakproces: twee uitersten die elk iets anders van mij vragen en daardoor iets anders zichtbaar maken.
Zo werd een onderstroom opnieuw voelbaar en zichtbaar gemaakt.
Bernadette ten Have
Lichtenvoorde 1963
bernadette.tenhave@gmail.com
Zandweg, installatie
aarde, papier
Ooit zal ik wonen aan een zandweg…
Dezelfde grond, dezelfde omgeving, dezelfde basis
En dan de onderlinge strijd om te kunnen groeien, te overleven, gezien te worden.
Dit werk gaat over de grote naoorlogse gezinnen, over de moeders die hun volwassen leven 24 uur per dag beschikbaar moesten zijn en waar kinderen vochten om aandacht die schaars was. En toch, dan toch en ondanks dat zijn er mooie mensen uit voort gekomen. Gevoelige, kunstzinnige, grappige, sterke mensen. Zij groeiden op in dat laagje vruchtbare grond. Waarschijnlijk is dat laagje niet heel erg dik. Onzekerheid, agressie, depressie ligt op de loer. Maar we zijn allemaal veerkrachtig we maken er iets van.
In mijn werk zoek ik naar een vorm die dat voelbaar maakt. Knippend bouw ik een omgeving waarin je kunt dwalen, alsof je als kind door een haag van planten loopt — kijkend, vergelijkend, verwonderd.
Want uiteindelijk wil ik uitkomen bij de schoonheid. Niet ondanks, maar midden in de omstandigheden. Schoonheid als noodzaak. Schoonheid om te vieren, want waarvoor zijn we anders hier.
Ooit zal ik wonen aan een zandweg
“Alles in de wereld ligt in een enorm warm bad van niets. Meestal denk ik dat het roze is Wat onzin is, want niets is niets.”
Uit: Kleine verlichting van Ingmar Heytze
Barbara van den Heuvel
Dreumel 1972
claschique@hotmail.com
De gelofte
potlood, acryl, pastelkrijt, tape op papier.
1.50 x 1.20 m.
Het gevecht (cut-out)
potlood, acryl, pastelkrijt, tape op papier.
95 cm x 50 cm
Het instinct
potlood, acryl, pastelkrijt, tape op papier.
1.50 x 1.20 m.
Alles wat leeft zal sterven
Het besef dat je leven geeft aan iets dat ook weer zal verdwijnen.
Dat je een kind opvoedt dat je uiteindelijk los moet laten
en dat ook jij zelf zult verdwijnen.
Alle energie die komt en gaat.
Ik had behoefte aan troost.
In deze 3 werken probeer ik dat besef te benaderen in de troost van de eeuwigdurende verandering.
De transitie.
De liefde en het loslaten.
Hilde Kokshoorn
Hoorn, 1963
hildekokshoorn@icloud.com
Dagsporen
droge naald ets, gouache en diverse materialen
30 stuks 0.10 x 0.13 m
Dagsporen is een weergave van wat ik van de vroege ochtend tot in de late avond aan sporen tegenkom in en om mijn huis: herinnerdingen, voorwerpen en gevoelsbeelden die mij in mijn leven hebben gevuld en elke dag blijven vullen. Daar zit eenvoud, spel, zoeken, proberen, treur en vrolijk in. Elk beeld heeft een eigen verhaal, mijn verhaal.
Soms is dat iets praktisch uit de dagelijksheid, soms is het een verhaal over afscheid, van mensen of van periodes.
Soms raakt het, soms vermaakt het.
Alles in en om mijn huis draagt sporen van mijn leven en vertelt elke dag lichte en loden, mooie en minder mooie verhalen.
Vezels en zaden, ik neem ze mee.
Rita Kuipers, Alkmaar, 1961
kuipersrita@gmail.com
Wat ik mee neem, installatie
Wol (o.a. Merino uit Zuid-Afrika; Wallister Schwartznaze uit eigen wei; en Drents Heide uit Noordwolde), Nepalees zijde, natuurlijke vezels, katoen mousseline, borduurgaren en zaden uit de polder.
3 bij 3 meter
Al dertig jaar werk ik met wol; het materiaal blijft me aantrekken. Het werken met mijn handen ontspant en geeft energie, en hoe meer ik erover leer, hoe sterker het voelt dat dit bij me past. Als kind liep ik met mijn opa en vader, op het land van de Wieringermeer, om schapen te weiden, een verbinding die ook nog altijd doorwerkt in mijn werk.
Een sari uit mijn tijd in Nepal is mij dierbaar. Hij staat voor nieuwe inzichten, ontmoetingen en andere rituelen rond leven en dood. Ook mijn vader beweegt daarin mee, in zijn liefde voor Indonesië en de mijne voor Nepal.
Op een graanwagen kauwgom kauwen, bieten wieden met ons hele gezin en tulpenbollen pellen met mijn zus, zo groeide ik op.
Wroeten op het land werd later in mijn leven genieten van de aarde. Vezels en zaden, ik neem ze mee.
Charles Niël
Heerlen, 1960
charlesniel@gmail.com
Met eigen ogen
fotografie (Hahnemühle fine art photo rag),
tape in diverse kleuren
100 x 70 cm / 100 x 140 cm
De zorgende vader, de lieftallige partner, de helpende hand, ze zijn soms ingegeven door het ego: gezien willen worden, waardering oogsten. Het kan je op een pad brengen waar je energie vindt door de ervaren erkenning. Ik was gaan kijken door andermans ogen: hoe wil ik gezien worden? Ik ging gebaande wegen, ik volgde het pad van een ander met het oogsten van succes als doel. Het sloop er in.
Ik zoek weer ruimte; met eigen ogen. Het is een eigen pad, kronkelend om open te staan voor vernieuwing en verandering. Juist hierdoor kom ik dichter bij mijn eigen kern: een verlangen naar helderheid, ruimte, perspectief en openheid.
De zoektocht is mijn doel.
Mijn eigen ogen: ze ervaren de kille leegte van een grasveld, de rust van de lucht, de spanning tussen een klein, wit, verroest doel en een streng, hoog, donker gebouw; de rust van een vers gedolven graf, liefdevol versierd met papieren vogels, wachtend op een kille steen om niet meer onderuit te komen; een bank bij het grofvuil omdat de kat zijn poten er niet vanaf kon houden.
Geen opsmuk meer: Ich erblicke das Licht der Welt: Mit eigenen Augen.
"Ich erblickte das Licht der Welt in Form einer 60-Watt-Glühbirne!"
(Oskar uit “die Blecchtrommel” van Günter Grass)
ik ben er
ik was er altijd al
Ragibe Özyildiz
Nijmegen, 1996
ragibe1@gmail.com
Levenslijn
houtskool, pastelkrijt, gum, doezelaar, potlood, pen
per stuk 1.50 m x 3.00 m
Ik ben het afgelopen jaar op zoek gegaan naar mijzelf.
Dat zie je terug in wat ontstaat, maar ook in hoe het ontstaat, zelfs in het materiaal.
Ik werk opnieuw met de middelen uit mijn vroegste herinneringen,
toen ik het leven probeerde te begrijpen door te tekenen.
Dicht bij mijzelf staan is geen bestemming, maar een voortdurende reis.
Een beweging die nooit stilvalt, omdat het leven dat ook niet doet.
In die beweging zoek ik steeds opnieuw contact: waar sta ik, wie ben ik nu?
Ik verbeeld dat in twee mensfiguren, steeds anders in afstand, in aanraking, in nabijheid.
Altijd verbonden via het haar.
Het raakt me om terug te zien hoe zij telkens weer tonen waar ik mij bevind, op dit moment, in deze reis.
Davitha van de Kuilen
Kootwijkerbroek (Veluwe) 1987
info@davitha.nl
Movement of things
acryl en olieverf op linnen
3.00 x 2.10 m.
Ik schilder vaak direct met mijn handen. Door deze directe, fysieke benadering wordt het maken meer intens. Mijn handen zijn niet slechts een gereedschap, maar een blijvende visuele verbinding door de afdrukken in de verf. In het bewegen over het doek, wordt zichtbaar hoe verlies en verlangen zich gelijktijdig voltrekken: in het drukken, vegen, toevoegen en weghalen van verf.
Het loslaten speelt hierin een centrale rol. Loslaten betekent voor mij niet het wissen van wat geweest is, maar het leren leven met de littekens die achterblijven.
Deze littekens dragen betekenis in zich en vormen tegelijkertijd de basis wat nog komt. In het weghalen ontstaat de mogelijkheid om toe te voegen; in het afbreken schuilt de kiem van genade en nieuw leven.
Zo wordt verlies niet alleen gedragen, maar ook actief getransformeerd tot een beweging van verlangen en herstel.
Mijn werk is een intieme plek waar ruis verdwijnt en genade ontspringt als een nieuw begin waar God aanwezig is.
Ik wandel en verwonder me
Marie-José Pruyn, Lent 1961
m.pruyn@hetnet.nl
Ik wandel
kleurpotlood op papier
tekeningen p.st. 0.16 x 0.22 m
De natuur is voor mij een onuitputtelijke bron van verwondering: een rijk
spel van vormen, kleuren, structuren en licht, voortdurend in beweging. Het
raakt me hoe alles met elkaar verbonden is en tegelijk zowel krachtig als
fragiel.
Het doet pijn om te zien hoe deze wereld beschadigd wordt, maar ik wil me
daar niet door laten verlammen. In plaats daarvan probeer ik me te blijven
richten op schoonheid en zachtheid, en die tot uiting te brengen in mijn
werk en in mijn manier van zijn.
In mijn werk zoek ik naar eenvoud.
Lange tijd dacht ik dat alles samen moest komen in één beeld, tot ik
ontdekte dat juist de losse werken en hun onderlinge samenhang betekenis
dragen.
Een tekening voelt als een oogopslag; een serie als een samenspel daarvan,
zoals indrukken zich aaneenrijgen tijdens een wandeling.
Erica Schoeman
Rhenen, 1977
ericaschoeman@hotmail.com
Zachte afrekening, installatie
geglazuurd aardewerk, ijzer, (polymeer)klei, papier, hout, textiel
Ze duikt steeds op, en steeds duw ik haar weer weg. Toch voel ik dat ik hier iets mee wil, maar niet vanuit hardheid of boosheid, juist vanuit zachtheid. Ik vraag me af of ik haar in liefde kan benaderen, met geduld, en ondertussen bij mijzelf kan blijven.
Op oude foto’s zie ik soms een lichtere kant van haar, alsof er meer was dan ik ooit heb gezien. Misschien ligt daar de opening. Wat ik zoek is geen afrekening uit wrok, maar een zachte afrekening: een beweging van nieuwsgierigheid, van willen begrijpen, van het loslaten van beklemming zonder haar te hoeven vernietigen.
Misschien kan ik via mijn werk met haar in gesprek gaan.
Misschien is het maken zelf al die afrekening, een zacht, tastend proces waarin ik langzaam loskom van haar invloed.
De luide stem wil, de zachte stem is.
De luide wil vasthouden en eist controle.
De zachte laat los, opent deuren en wil het beste voor je.
Fragmenten uit 'Stemmen (note to self)' van Typhoon