ZICHTLIJNEN
in de NDDA, in de Refter in Ubbergen
Een zichtlijn is de lijn waarlangs het oog zich een weg zoekt: van dichtbij naar veraf, van het persoonlijke naar het universele.
Het is ook de lijn die een kunstenaar trekt tussen wat zij ziet en wat zij wil laten zien.
In deze expositie tonen zeven kunstenaars het resultaat van een traject waarin zij opnieuw gingen kijken naar de wereld, naar elkaar en naar zichzelf.
De werken bewegen zich tussen micro- en macrokosmos,
tussen rouw en herinnering,
tussen verstopte pijn en getoonde kwetsbaarheid,
tussen het alledaagse aanrecht en het kosmische landschap.
29 en 30 augustus 2026
van 13.00 – 17.00 uur
foto’s Dick Doorduin
Re-enchantment: terug naar verwondering
Colina van Bemmel, Nieuwegein 1992
colinavanbemmel@gmail.com
Exoskeleton
acryl op linnen
1.50 x 1.00 m.
Pathways III
acryl op linnen
1.80 x 1.25
Het afgelopen jaar zocht ik naar vormen van re-enchantment: manieren waarop kunst opnieuw ruimte kan maken voor verwondering, betekenis en verbondenheid, in een tijd gedomineerd door rationalisering, data en efficiëntie.
Kunst is voor mij een plek waar andere manieren van weten kunnen ontstaan, juist in een tijd waarin zoveel wordt gemeten en geoptimaliseerd.
Ik verlangde ook naar een vrijere, intuïtievere manier van maken. Na een periode met film wilde ik teruggaan naar materiaal, verf, symboliek en lichamelijke processen, zonder alles vooraf te willen controleren of verklaren.
De werken bewegen zich tussen micro- en macrokosmos en verkennen de relatie tussen het persoonlijke en het universele, tussen menselijke ervaring en grotere ecologische of kosmische systemen.
Ik zoek geen eenduidige verklaring, maar een ruimte waarin perspectieven naast elkaar bestaan: tussen lichaam en wereld, het intieme en het kosmische, gezien vanuit de veranderingen van deze tijd. Zo spiegelen netwerken in het lichaam, digitale systemen en kosmische structuren elkaar.
De schilderijen maken deze verbanden voelbaar in materiaal, vorm en ritme.
Ze vormen een uitnodiging tot nieuwe manieren van waarnemen en bevragen onze relatie met de natuur, technologie en onszelf.
Geen antwoord alleen vragen
Bouwien Bonkes, Emmen 1975
Z.T.
was, aluminiumfolie, ijzerdraad, schuim, acrylic one, epoxy klei
0.60 x 0.60 x 1.20 m.
Z.T.
was, aluminiumfolie, ijzerdraad, schuim, acrylic one, epoxy klei
0.60 x 0.60 x 1.20 m.
Ik ben een rommelaar. Tijdens wandelingen, autoritten en mijmermomenten ploppen beelden in me op, vaak een product van dat wat me bezig houdt. Ze zijn niet terug te brengen naar één moment of ervaring, maar een samenraapsel van de rommeligheid in mijn hoofd. Ik wentel me in de ‘waarom-fase’ zonder te zoeken naar het antwoord.
Ik maak wassen beelden waarin vervreemding centraal staat, en waarin huid en oppervlak een belangrijke rol spelen. Er ontstaan mensachtigen en dierachtigen die balanceren op de grens van herkenning en ongemak. De fragiele sculpturen, met een kwetsbaar en bijna tastbaar karakter, roepen vragen op zonder deze te willen beantwoorden. In mijn werk ontstaat een stille spanning: in de twijfel tussen mens en dier, in het ongemak over wat we precies zien, tussen aantrekking en afstoting, tussen wat vertrouwd lijkt en wat dat net niet is.
De afzonderlijke beelden vormen samen een parade; als losse figuren gaan ze onderling een relatie aan en versterken ze elkaars zeggingskracht.
Relic of a friend
Bernadette van Beek, Bodegraven 1952
bernadettevanbeek@gmail.com
Relic of a friend, installatie
3 roterende mobiles, ieder 14 bolvormige collages
2.00 x 0.80 x 3.50 m.
Dit werk kwam tot stand naar aanleiding van persoonlijke verlies, in korte tijd, van dierbaren. Hun overlijden bracht niet alleen verdriet, maar ook de vraag welke rol herinneringen spelen voor nabestaanden. Voor de één vormen ze een bron van troost en verbondenheid, voor de ander zijn ze pijnlijk of moeilijk te verenigen met het opbouwen van een nieuw leven. Ik onderzocht hoe de band met een gestorvene, geworteld in het verleden, opnieuw vorm kan krijgen.
De installatie Relic of a Friend gaat over herinneringen aan een geliefd persoon die overleden is, en over hun gefragmenteerde karakter. Het werk laat vluchtige indrukken zien, in plaats van vastomlijnde verhalen. Het bestaat uit fragmenten van de papieren nalatenschap van een vriend die vorig jaar overleed: zijn tekeningen, gedichten, ontwerpen en aantekeningen verwerkte ik tot bolvormige collages. Drie mobielen met 42 bollen draaien langzaam rond en verbeelden hoe herinneringen zich in de tijd vormen, komen en gaan, uiteenvallen en opnieuw samenstellen.
Sterven is persoonlijk, en ook rouw kent geen vaste vorm. Hoe iemand het gemis draagt, wordt bepaald door gevoel, persoonlijkheid en levensfase. Het werk is ontstaan vanuit een persoonlijke context, maar krijgt daardoor een universeel karakter.
Door herinneringen mee te laten bewegen in de nieuwe situatie, ontstaat ruimte, niet om los te laten of vast te houden, maar om beide tegelijk te doen: Herinneringen: een nieuwe vorm van aanwezigheid
Desiring the unexpected
Catherine E. van Olden, Haarlem 1955
emilyvanolden@icloud.com
Me in the Fissure of Time
papier met botanische inkten
0.37 x 0.70 m
Fissure
papier met botanische inkten
1.10 x 0.83 m.
One Swoop
In Time
Me
papier met botanische inkten
0.41 x 0.31 m.
De dood voel ik als een stille, bijna fysieke aanwezigheid die de wil verstoort en het verlangen verheldert. Ik heb het niet over angst, maar over kijken naar wat blijft bestaan en wat er komt, op het moment dat de tijd dun is.
Een jaar lang heb ik onderzocht hoe het is om je in een ongedefinieerd landschap zonder horizon te bevinden. Dit is een onderzoek naar het zichtbaar maken van het onzichtbare en het transformeren ervan in tastbare lagen.
Met ambachtelijkheid als basis -vouwen, drukken, natuurverven op natuurpapier- en in combinatie met technologie heb ik geprobeerd grip te krijgen op de werkelijkheid. De natuur, mijn lichaam en mijn geest zijn daarbij de ankerpunten. Eerst waren het dromen, toen leidden natuur en hart me naar de samenhang tussen geest, lichaam en natuur. Die samenhang heb ik verbeeld in monotype-printmaking, als een allegorie van het leven.
Een venster biedt een glimp van een toekomstig landschap en roept een directe, fysieke, zintuiglijke ervaring op, waarin waarneming, ruimte en tijd samenvallen. Ruimte wordt ervaren als gefragmenteerde continuïteit: licht als materie, hartslag als structuur en tijd als een prismatische lijn die door de ogen loopt. Het landschap is voortdurend in beweging en probeert een volledig spectrum aan emoties over te brengen, van onzekerheid tot hoop.
‘Voor altijd daar’
Derek Otte
Marian van Kessel, Lieshout 1957
Uit Liefde, installatie
Een maand van 31 dagen
foto’s geprint op handgemaakt tesuki-washi papier uit Japan
Als kind hield ik van mooimaken, schoonmaken. Met water en zeep en Vim.
Mijn poppen, mijn neefjes, het aanrecht, het zeepbakje uit de muur met gesmolten Sunlightzeep. De wit-zwarte tegeltjes, bruin van de theeaanslag en het koffiedik. Ik maakte dat schoon. Dat doe ik nog steeds. Als mijn geest beslommerd raakt, ga ik schoonmaken: de keuken, het aanrecht, de ramen. In stilte komt er zicht op de zaak en orden ik mijn gedachten.
Ook al ben ik al vele keren vernieuwd in mijn cellen, het schoonmaken is gebleven. Van mooimaken naar schoonheid. Er moet een verbinding zijn tussen schoonheid en mooiheid, in de keuken, in de natuur, in mensen, in denken.
Mijn aandacht gaat naar het aanrecht. Elke dag kook ik, en elke dag maak ik schoon. Het ging over samenzijn, erbij horen, gezelligheid, warmte, liefde.
Totdat ik me in maart 2021 afvroeg, terwijl ik naar het aanrecht keek met de vaat:
Had ik het gezellig gehad?
Was ik alleen?
Had ik me alleen gevoeld?
Ik zag groene vlekken schitteren op rood water, verdronken lepels, glinsterend water en schuimkoppen. Er was transparantie, diepte, intimiteit.
Er was schoonheid als schoon-met-water-en-zeep, en schoonheid die ik nog niet eerder had gezien. Langzaam zag ik het schoner worden, veranderen, nieuw worden.
Ik begon te fotograferen.
Puurheid.
Oorspronkelijk betekende schoon niet vrij van vuil, maar helder, blinkend, schitterend. Het schoonmaken leidde tot schoonheid in mezelf. Dat leerde ik ook bij de vipassana.
Ik zie, ik zie, wat jij niet wil zien
Rietje Kersten, Horst 1954
mjgkersten@kpnmail.nl
Onzichtbare littekens, installatie
foto’s, prints, twee- en driedubbelprints, kleurpotlood, oliepastel, acrylverf, karton, garen, stof, spelden
1x 59,4 x 84,1 cm
5x 59,4 x 42 cm
5x 29,7 x 42 cm
In dit werk onderzoek ik de spanning tussen wat we laten zien en wat we liever verborgen houden. Wanneer je je innerlijke wereld naar buiten brengt, toon je kwetsbaarheid en neem je emotionele risico’s. Dat kan pijnlijk zijn. Vaak proberen we die pijn te verbergen, onzichtbaar te maken en de indruk te wekken dat alles goed gaat.
Voor mij is kwetsbaarheid geen zwakte, maar juist een kracht. Het tonen van je ware zelf kan leiden tot meer zelfacceptatie, zelfliefde en verbinding met anderen. Tegelijkertijd gaat dit werk ook over wat we als samenleving liever niet zien: pijn, ongemak en problemen, zowel dichtbij als ver weg. Door ze te ontkennen of te bagatelliseren lijken ze minder aanwezig, alsof ze niet bestaan.
Dit leidde uiteindelijk naar een zoektocht naar mijn eigen, vaak onzichtbare pijn. Een pijn die moeilijk te accepteren is en die door de buitenwereld niet altijd wordt begrepen of erkend. Tijdens het maakproces waren pijn en verzachting voortdurend aanwezig.
Misschien moet kunst soms een beetje pijn doen, omdat juist daar ruimte ontstaat voor herkenning, begrip en verbinding.
De grond onder onze voeten..het is zo gewoon dat wij vergeten haar te bewonderen.
Nina Veluwenkamp, Sneek 1965
ninaveluwenkamp@gmail.com
Matrix, installatie
Papier en boekbinderslijm
3 x 1.50 x 1.00 m.
Ik ben een verzamelaar. Elke wandeling door het bos met mijn hond levert schatten op. Ik zie de meest prachtige ‘kleine’ natuur, bewonder haar, verwonder mij, en sleep van alles mee naar mijn atelier.
Recent zocht ik naar een vorm waarin ik in mijn beeldtaal een ode kan brengen aan die dagelijkse schoonheid — de ‘gewone’ dingen op mijn pad. Ik heb gestoeid met monoprinten en prachtige keramische vormen gemaakt. Uiteindelijk koos ik voor papier. Om de kleur, het gewicht en de directe manier van werken. Papier is kwetsbaar, maar in deze vorm wordt het juist krachtig, stevig en sterk.
Verwondering oproepen.
Even stilstaan bij wat je ziet.
Aandacht vragen voor de micro-natuur.
Dagelijks zetten wij stappen op de grond. Die grond wordt zo gewoon gevonden dat we er nauwelijks oog voor hebben. Ik geloof dat wanneer we het bijzondere ervan weer gaan ervaren, het respect voor de natuur zal groeien.
Want de natuur is allesomvattend.
Wij mensen zijn daar onderdeel van.